De vijf erkende Nederlandse geitenrassen:

De Nederlandse witte geit

Wit

Kenmerken:  Een hoogbenige gerekte wigvormige melkgeit, met in de juiste verhoudingen ruime hoogte, breedte en lengtematen en een enigszins open en solide bouw. Een geit die wat betreft constructie zo in elkaar zit, dat ze gedurende een lange tijd een hoge melkproductie kan realiseren. De kop dient sprekend te zijn en fijn besneden met staande, lange oren en recht neusbeen met een lange soepele matig bespierde hals. De voorhand dient ruim en gesloten te zijn maar zeker niet te zwaar, hetgeen afbreuk doet aan het juiste type van dit ras. De middenhand dient ruim en sterk te zijn met vooral lange gewelfde ribben. De achterhand met name het kruis moet breed, lang, vlak en iets hellend zijn. De benen dienen hard en droog te zijn met in voor-achter-en zijaanzicht een correcte stand en een veerkrachtige ruime stap. Het uier moet goed ontwikkeld zijn, lang, breed, voldoende diep, en goed aangehecht met correct geplaatste spenen. Naast een dunne soepele huid dient de beharing kort en glad te zijn en uiteraard wit van kleur.

De Nederlandse bonte geit

bont

Kenmerken:  Raskenmerken zie Nederlandse witte geit. De Nederlandse bonte geit dient verder tweekleurig te zijn, hetzij zwart wit hetzij bruin wit, waarbij een scherpe aftekening van de kleurvelden gewenst is.

De Nederlandse toggenburgergeit

Toggenburger

De Nederlandse toggenburgergeit: Naast type en compacte bouw dient de gebruikswaarde, dus “melkgeit”duidelijk aanwezig te zijn. Het type toont het best als schofthoogte en romplengte in verhouding tot elkaar ongeveer een vierkant “blok”vormen. Gewenst wordt een volwassen geit met een schofthoogte van >70 cm. Kop vrij kort en breed in voorhoofd, hals niet te lang, gespierd en krachtig. Voorhand breed, ruim met voldoende diepte. Middenhand perse niet gerekt, wel ruim en diep met brede lendenen. Kruis vierkant. Dijen en schenkel goed gespierd. Benen kort in kootbanden, lengte voorbenen is 50% van de schofhoogte. Het uier moet goed ontwikkeld zijn, lang, breed, voldoende diep, en goed aangehecht met correct geplaatste spenen. Beharing kort en glad. De bruine liefst melkchocolade kleur met witte aftekening is een belangrijk raskenmerk.

De Nederlandse nubische geit

Nubisch

Kenmerken: De nubische geit dient in haar algemeen voorkomen een aantal kwaliteiten te tonen, die overeenkomen met onze andere rassen.. Naast haar specifieke rastypische kenmerken streeft men naar een hoogbenige gerekte goed ontwikkelde melkgeit, met een correcte lichaamsbouw, die daarnaast het gewenste melktype vertoont. De kop van de nubische geit dient een uitgesproken gebogen neusbeen te hebben met lange, brede, hangende oren, die voorbij de lippen reiken. De kop dient daarnaast hoog gedragen te worden. De voorhand dient ruim en gesloten te zijn. De middenhand moet ruim en lang zijn met lange gewelfde ribben waarbij vanwege het karakteristieke knikje achter de voorhand een iets onregelmatige bovenbouw waarneembaar is. De achterhand moet ruim, lang, breed en iets hellend zijn. De benen moeten hard en droog zijn met een correcte stand en een ruime soepele stap. Het uier moet goed ontwikkeld zijn, lang, breed, voldoende diep, en goed aangehecht met correct geplaatste spenen. De beharing dient kort en glad te zijn waarbij alle variaties in kleurcombinaties zijn toegestaan. De charmante, statige en trotse houding van deze dieren zijn kenmerkend voor dit ras.

De Nederlandse boergeit

Boergeiten

Kenmerken: De boergeit staat bekend als het best vleesproducerende geitenras en komt van oorsprong uit Zuid-Afrika. De boergeit kan omschreven worden als een snelgroeiende, geproportioneerde geit van geschikte afmeting, met een goede productie-eigenschap van eersteklas vlees. Er moet op alle leeftijden een goede verhouding zijn tussen de lengte van de benen en de diepte van de romp, waarbij lammeren en jonge geiten in verhouding iets hoogbeniger zullen zijn. De boergeit heeft een opvallende sterke kop met een vriendelijk uiterlijk waarbij het neusprofiel enigszins gebogen is. De oren moeten breed en middelmatig van lengte zijn en vloeiend hangen. De lengte van de hals moet in verhouding zijn tot de overige lichaamsmaten. De voorhand moet ruim , diep, sterk en bespierd zijn in combinatie met een brede ronde schoft. De middenhand moet lang, diep, breed en sterk zijn met lange ribben en met name de lende breed en goed bespierd. De achterhand moet ruim, vlak en iets hellend zijn met ronde en bespierde dijen. De benen moeten hard en droog zijn en in voor-achter-en zijaanzicht een correcte stand en een soepele gang. Kort glad en glanzend haar is wenselijk. De ideale aftekening bij dit ras is (donker) rood of bruin haar op kop, oren en hals en wit haar op de rest van het lichaam.

Start